Close

december 21, 2018

Ze had haar man om vijftig euro zakgeld gevraagd

Ze had tegen de feestdagen opgezien. Geen van haar twee broers en vier zussen woont in Nederland en haar ouders zijn overleden. Ze had Kerst gevierd met haar kinderen en een vriendin die ook uit Vietnam komt. De laatste keer dat ze haar familie had opgezocht, was al vijf jaar geleden.

Negentien was ze toen ze haar man ontmoette. Hij was ooit als vluchteling naar Nederland gegaan en nu terug in Vietnam, op zoek naar een vrouw. Er waren toen nog maar weinig Vietnamese vrouwen in Nederland – de keuze was hem te beperkt geweest. Na een korte kennismakingsperiode vroeg hij haar ouders toestemming om met haar te trouwen. Hij was 31.

Ze had nog nooit van Nederland gehoord. Hij had gezegd dat het heel klein was en dat de mensen aardig waren. En dat het leven er beter was. Kon ze nee zeggen tegen dit avontuur? Na hun huwelijksdag ging hij terug naar Nederland en acht maanden later waren ook haar papieren geregeld.

Haar eerste baan was in een fabriek, daarna werkte ze als kamermeisje. Ze sprak geen woord Nederlands en haar man was niet van plan haar naar school te laten gaan. Toen ze op haar eerste dag in de fabriek thee aangeboden kreeg, antwoordde ze met: thank you. De volgende ochtend vroeg ze aan haar man wat ze in het Nederlands had moeten zeggen en ze noteerde ‘dankjewel’ aan de binnenkant van haar hand. Ze ging lopend naar haar werk – een fiets had ze nog niet – en toen ze van diezelfde collega weer een kopje thee kreeg, keek ze naar haar hand. De inkt was uitgelopen, er stond niets meer. Ze zal het nooit vergeten.

Nederland was klein, ja, en de mensen waren aardig, dat klopte. Maar of het leven er zo veel beter was? Haar man was gemeen. Hij sloeg haar. Ze kreeg drie kinderen van hem, twee jongens en een meisje.

Ze had twee banen tegelijk en verdiende bijna tweeduizend euro per maand. Waar dat geld naartoe ging? Ze had geen idee. Ze had geen pinpasje, geen pincode. Haar man beheerde de financiën. Toen ze een keer om vijftig euro zakgeld had gevraagd, moest hij daarover nadenken. Hij antwoordde met een wedervraag: waar heb jij in godsnaam zeshonderd euro per jaar voor nodig?

Het werd zó zwaar, zegt ze, zó moeilijk. Misschien was ze beter af als ze dood was. Ze veranderde van gedachten toen kennissen haar hielpen met het aanvragen van een scheiding.

Na lang aandringen kreeg ze haar man zover dat hij akkoord ging. Van de rechter moest hij 180 euro alimentatie per maand betalen, zestig euro voor ieder kind. Na een paar maanden stopte hij met betalen. Ze liet het erbij zitten – een nieuwe gang naar de rechter kon ze niet opbrengen.

Inmiddels is ze al 24 jaar in Nederland. De kinderen werken en studeren. Ze heeft zichzelf Nederlands geleerd door met collega’s te praten en naar de tv te kijken. Sinds een paar jaar heeft ze een eigen bedrijfje. “Mijn kinderen zeggen weleens dat ze trots op me zijn om wat ik allemaal gedaan heb”, zegt ze tegen me terwijl ze de laatste laag nagellak aanbrengt. “Maar ik weet eigenlijk niet eens hoe ik het allemaal voor elkaar gekregen heb. Echt niet.”